Kom gauw een kijkje nemen op m'n nieuwe webadres. Ik wil wedden dat je me nog wel herkent als je daar arriveert. Een groot deel van de inboedel van Kophieps Eén, Twee en Drie heb ik namelijk meegenomen en op het nieuwe adres uitgepakt.
Lieve lezers van dit weblog, ik wens jullie fijne feestdagen en een gelukkig en gloedvol 2010! Wat het bloggen betreft heb ik een nieuwtje. Kophieps gaat verhuizen! Ik heb een domeinnaam geregistreerd en daar komen de Kophieps-blogs samen op. Alledrie-in-één. Want als ik bijvoorbeeld over IJslands breiwerk in een historische roman van Maarten 't Hart schreef, dan hoorde dat bericht evengoed thuis op Kophieps Eén als op Twee. En misschien zelfs ook op Drie. Zo zat ik vaak te dubben waar ik iets zou plaatsen. En achteraf beschouwd vond ik drie weblogs ook wat overdreven. Samenvoegen dus! Ik ben nog bezig de al gepubliceerde Kophiepsberichten over te zetten op de nieuwe site. En ook de berichten van m'n oude Bert Ajour-blog uit 2006-2007!Jammer genoeg heb ik van dat laatste geen lezersreacties meer. In een volgend logje zal ik laten weten wat mijn nieuwe blogadres wordt.
Wat? WAT? Me opgegeven voor het Weihnachtsoratorium Meezingconcert, morgen in Utrecht. De muziek zit al in m'n hoofd, hopelijk werkt m'n stem morgen goed mee. De repetities voor koor en orkest beginnen al in de ochtend. Uitgevoerd worden cantate 1,3,5, en 6.
De uitvoering duurt van 18.30-ca. 20.45. Plaats: Geertekerk, Geertekerkhof 23, Utrecht.
Ik heb er enorm veel zin in!
Om in de stemming te komen hier een gedeelte van het openingskoor; uitgevoerd in de Thomaskirche in Leipzig. Staan je luidsprekers voluit aan? Mooi zo!
Heimito von Doderer De Strudlhoftrappen of Melzer en de diepte der jaren Vertaald door Nelleke van Maaren Uitg. Atlas, 2007
Al een hele tijd ben ik bezig in dit boek van meer dan 800 pagina's. Je moet het met aandacht lezen en daarom gaat het niet snel. Gisteren las ik een paar online recensies van de roman. Daar stond in dat de lezer er goed aan doet een overzicht van de personages te maken. Eigenlijk had ik dat kunnen weten, maar ik was te ongeduldig. Halverwege merkte ik dat ik een beetje verdwaald was geraakt tussen de personen en hun relaties en geschiedenissen. Daarom heb ik de eerste honderd bladzijden nog eens gelezen, wat helemaal geen straf was en wat me weer in het juiste spoor zette. Ik heb het boek nog niet uit. Het verhaal beslaat de jaren 1910-1925 en het speelt zich voor het grootste deel af in Wenen. Een (positieve) recensie in NRC-Handelsblad meldt: "Een duidelijke rode draad en ook een plot ontbreken; Doderer vertelt
fragmentarisch en met wisselend perspectief, regelmatig slaat hij
zijpaden in en soms overwoekeren de uitweidingen zelfs de handeling", en "Briljant is Doderer vooral met zijn subtiele psychologische
observaties, de speelse en geheel onnadrukkelijke manier waarop hij
gebaren, woorden en blikken beschrijft en ontleedt." Nog een paar dagen zal ik iedere dag een tijdje in dit boek wonen, de Strudlhoftrappen op en af lopen en met de personages meedwalen over hun vaak merkwaardige paden.
Twee fragmenten:
Het onomstotelijke, concreet vastgestelde feit dat je, langs iemand heen kijkend, de dingen die voor deze van het allergrootste belang zijn, achter hem kunt zien gebeuren, als een behang, als de achtergrond van een schilderij - maakte voor René de uitzichtloosheid en de volstrekte overbodigheid van zijn gebruikelijke leugenachtige manipulaties maar al te duidelijk. Inspannend was het - en bovendien hoefde iemand maar even langs je heen te kijken om te zien wat erachter plaatsvond, namelijk dat wat eigenlijk noodzakelijk en belangrijk was, het was moeiteloos te zien, zonder je voorover te buigen of je ogen tot spleetjes te knijpen, zonder van plaats te veranderen, op de allergemakkelijkste manier, want het werd gewoon in beeld geschoven! (blz. 255)
Je moet niets benadrukken. De toets die je luid hoorbaar wilt aanslaan blijft in het oor van de anderen stom, maar de boven- en ondertonen klinken wel, en klinken nog steeds door in vreemde oren wanneer je er zelf allang niet meer aan denkt. De mensen luisteren nu eenmaal nooit goed. Maar horen op hun manier altijd de waarheid. (blz. 282)
Het boek is zeer mooi vertaald door Nelleke van Maaren. Vorige week is een van de twee Vertaalprijzen van het Fonds voor de Letteren 2009 uitgereikt aan deze vertaalster, voor haar gehele oeuvre.
Een paar weken geleden vond ik in de kringloopwinkel dit mooie boekje met poëzie van George Eliot (pseudoniem van Mary Ann Evans, 1819-1880). Het bandje heeft goud op de rug en een mooi reliëf (beter te zien wanneer je op de foto klikt) en het boekje is nog helemaal gaaf. Voor George Eliots levensvisie, haar werk, haar intellect en haar manier van leven voel ik bewondering. Eliots roman Middlemarch is al jaren een favoriet van me, ik heb het boek zeker wel tien keer gelezen en de keren dat m'n stemming al te winters wordt, knap ik altijd op zodra ik me in een paar hoofdstukken uit dat boek verdiep. Mijn rode boekje is uitgegeven in 1901 als deel XI van George Eliot's Works, The Warwick edition. Het bevat enkele zeer lange dichtwerken, die ik voorlopig nog laat rusten. Maar er staan ook een paar korte, ontroerend simpele gedichtjes in. Dit bijvoorbeeld, gedateerd 1866:
TWO LOVERS
Two lovers by a moss-grown spring: They leaned soft cheeks together there, Mingled the dark and sunny hair, And heard the wooing thrushes sing. O building time! O love's blest prime!
Two wedded from the portal stept: The bells made happy carollings, The air was soft as fanning wings, White petals on the pathway slept. O pure-eyed bride! O tender pride!
Two faces o'er a cradle bent: Two hands above the head were locked; These pressed each other while they rocked, Those watched a life that love had sent. O solemn hour! O hidden power!
Two parents by the evening fire: The red light fell about their knees On heads that rose by slow degrees Like buds upon the lily spire. O patient life! O tender strife!
The two still sat together there, The red light shone about their knees; But all the heads by slow degrees Had gone and left that lonely pair. O voyage fast! O vanished past!
The red light shone upon the floor And made the space between them wide; They drew their chairs up side by side, Their pale cheeks joined, and said, "Once more!" O memories! O past that is!
Wladimir Wojnowitsj (geb. in 1932, foto) werd in 1974 uit de Russische schrijversbond gezet en in 1980 werd hij uit de Sovjetunie verbannen. In de tussenliggende periode werd hij beroemd door een satirische roman over het leven onder een totalitair regime, De merkwaardige lotgevallen van soldaat Tsjonkin, in 1975 verschenen in Parijs. Dat boek heeft hier jarenlang ongelezen in de boekenkast gestaan. En ja hoor, nu ik het eindelijk zou willen lezen, kan ik het niet meer vinden. De reden om nu naar die roman te zoeken is een ander boek van Wojnowitsj, dat ik net uit heb en dat ik goed en grappig vind: de novelle Twee vrienden, in 1967 gepubliceerd in de Sovjetunie, toen Wojnowitsj daar nog niet uit de gratie was. De twee vrienden heten Valera en Tolik. Ze zijn een jaar of achttien, wonen allebei nog thuis, maar staan op de grens naar de volwassenheid. Tolik is nogal een branie, Valera, de ik-verteller, is bedachtzamer en tamelijk filosofisch ingesteld. Hij wil graag piloot worden. Het boek speelt zich af in de jaren zestig van de twintigste eeuw en begint met de keuring voor de militaire dienst. De keuringscommissie bestaat uit een oud mannetje en een dikke dokteres, allebei in een witte jas, en een jonge majoor.
"Heel zijn stralende, opgewekte verschijning vertelde je dat de majoor een optimist was. Tenslotte hebben de dingen verschillende kanten, het is maar hoe je het bekijkt. De een kijkt naar een plas en ziet gewoon een plas, maar de ander kijkt naar een plas en ziet de sterren, die zich erin weerspiegelen. Zo'n rekruut die daar staat is natuurlijk gewoon een blote jongen, maar als hij zich tot regel stelt zich strikt aan de krijgstucht te houden, de militaire reglementen en de bevelen van zijn meerderen op te volgen en zijn bekwaamheden als soldaat voortdurend te verbeteren, dan kan hij bij de politieke en militaire opleiding nog een uitblinker worden, en uitblinkers zijn per slot van rekening ook gewoon maar blote mensen."
De optimistische majoor stelt niet veel vragen en de jongens worden zonder omhaal goedgekeurd. In de rest van de novelle komt de lezer aan de weet wat er in de tijd voorafgaand aan de keuring zoal is voorgevallen in het leven van de twee. Dat mogen voor een deel alledaagse dingen zijn, maar ze zijn verteld met een humoristische blik, en met - onnadrukkelijke - diepgang. Aan het eind van het boek komen we terug bij de keuring van het begin - en begrijpen we dat de vriendschap tussen de jongens intussen in een nieuwe fase is gekomen en dat ze beslist verschillende richtingen zullen inslaan.
De vertelstijl is licht en fris en met veel details, en de duidelijk Vlaamse kenmerken van de vertaling, door Geert D'Haese, doen het goed. Alleen de omslagillustratie bevalt me niet. Wat moeten die twee nare, lelijke mannetjes op de kaft?
Wojnowitsj kreeg in 1990 zijn Russisch staatsburgerschap terug. Nu moet ik het boek over soldaat Tsjonkin nog terugvinden.
Wladimir Wojnowitsj: Twee vrienden. Masereelfonds, Gent, [1982]. 179 blz.
Op www.mapit1418.nl is een bijzondere collectie foto's en filmfragmenten uit de Eerste Wereldoorlog te vinden. Bezoekers kunnen op deze website meedoen aan een spel van het Nationaal Archief. Doel van het spel is om met behulp van het publiek kennis te vergaren over locaties en achtergrond van de foto's. De bezoeker kan een foto selecteren en die op de juiste plek op een landkaart prikken, met een toelichting. Op de foto's en filmbeelden zijn uiteraard oorlogstonelen te zien, maar ook veel taferelen uit het dagelijks leven in Nederland en België. Er zijn al een aantal foto's aan locaties gekoppeld door deelnemende bezoekers. Leuk is ook dat er iedere maand een prijs te winnen is.
De Nederlandstalige uitvoering van Haydns "Die Schöpfung" was geweldig mooi. Ik heb het over het concert door het Orkest van het Oosten met het koor Consensus Vocalis en solisten, o.l.v. Jan Willem de Vriend. Gisteravond ben ik ernaar wezen luisteren, in Zwolle, samen met N. (het was haar eerste "live" oratorium). We vonden het allebei fantastisch. Ik schreef er al eerder over: voor dit concert werd gebruik gemaakt van de Nederlandse vertaling van het libretto van "Die Schöpfung" door de dichter Johannes Kinker uit 1805. "De Schepping" is destijds uitgevoerd in de schouwburg in Amsterdam, waarvan Kinker directeur was. De vertaling is later naar het schijnt in vergetelheid geraakt. En dat is onbegrijpelijk, want het is een prachtige vertaling die helemaal recht doet aan de originele tekst en muziek van het oratorium. Ik vond de uitvoering een belevenis. En kijk eens wat ik in een online muziekantiquariaat heb gevonden: een tweede druk van Kinkers vertaling, uit 1817. Met vochtvlekken, maar verder gaaf. Wilt u van een paar gedeelten de tekst lezen, klik dan op de foto's hieronder.
Tender is the night, roman uit 1934 van de Amerikaanse schrijver F. Scott Fitzgerald (1896-1940), vond ik boeiend en tegelijkertijd irritant. Fitzgeralds stijl is ietwat slepend, maar met verrassende beelden en onverwachte sprongetjes. Een avontuur om te lezen. Maar het verhaal zelf kon m'n aandacht niet steeds vasthouden. De roman schetst het leven van een groep rijke Amerikanen die tussen 1917 en ca. 1935 in chique Franse en Zwitserse badplaatsen hun tijd en geld stukslaan met lui op het strand zitten, winkelen, uitgaan en parties bezoeken. In het centrum van de groep staat het echtpaar Divers. Psychiater Dick Divers is getrouwd met Nicole, een van zijn patiënten. Zij is beeldschoon en afkomstig uit een rijke familie. Ze is echter getraumatiseerd door een incestervaring en lijdt periodiek aan wanen. Dick en Nicole zijn weliswaar uit liefde met elkaar getrouwd, maar dat niet alleen. Nicoles kapitaal stelt Dick in staat een psychiatrisch onderzoeksinstituut en ziekenhuis op te richten, samen met een vakgenoot. Nicole heeft op die manier de hulp en behandeling die ze periodiek nodig heeft binnen handbereik. Het geld van Nicole blijkt uiteindelijk hun huwelijk en Dicks kwaliteiten als wetenschapper en mens te corrumperen. Maar voor het zover is stapt een knappe, jonge Amerikaanse filmactrice het leven van het echtpaar Divers binnen: Rosemary, achttien jaar. Uiteindelijk komt het pas na een héle tijd tot een seksuele relatie tussen Rosemary en Dick. Die verhouding brengt Dick geen geluk. Hij en Rosemary voelen allebei dat er geen diepe liefde is. Nicole gaat er met een ander vandoor. Dick is in de voorbije jaren alcoholicus geworden en fysiek afgetakeld. Als mens en als wetenschapper is hij niet veel meer waard. Het leven glipt tussen zijn vingers door en het boek eindigt in algehele desillusie.
Fitzgerald vertelt het verhaal niet chronologisch. Rosemary's ontmoeting met de Divers vindt in het eerste hoofdstuk plaats. Nicoles geestesziekte en haar huwelijk met Dick worden pas na verloop van tijd uit de doeken gedaan. Ook gebeurt er nog van alles in de tijd tussen Rosemary's aankomst in het kringetje van de Divers en Dicks uiteindelijke affaire met Rosemary. Dat is niet erg. Een verhaal kan daardoor juist veel diepte krijgen. Kán. Maar neem nou de episode in het Parijse hotel, met Rosemary die het lijk van een neger op haar kamer aantreft. Daar blijven sommige verhaaldraadjes al te los hangen. Fitzgerald beschrijft de ontwikkeling van zijn belangrijkste karakters overigens met een meesterhand, soms in een paar woorden. Maar. Maar. Die karakters, die personages - hoe complex ze ook zijn, ik vond ze toch vaak nogal vervelend. Ik interesseerde me eigenlijk niet genoeg voor hen. Zelfs niet voor Nicole met haar ernstige ziektebeeld.
De titel van de roman, Tender is the night, is afkomstig uit de prachtige, melancholieke "Ode to a nightingale" van John Keats (1795-1821). Daarom heb ik dat gedicht (klik hier) weer eens gelezen. Dat was wel weer mooi. Zucht.
Het Orkest van het Oosten brengt deze maand o.l.v. Jan Willem de Vriend De Schepping van Joseph Haydn. De Schepping van Haydn? In Nederland noemen wij dat toch altijd Die Schöpfung? Nee, niet altijd. In 1809 heeft de dichter Johannes Kinker een Nederlandse vertaling van het libretto van Die Schöpfung gemaakt. Kijk/luister hier naar dirigent Jan Willem de Vriend, die Kinkers vertaling heeft gevonden:
Volgens de website van het Orkest van het Oosten raakte de oude Joseph Haydn in vuur en vlam, toen hij in Engeland de librettotekst onder ogen kreeg. Het oratorium Die Schöpfung, dat hij vervolgens bij de tekst schiep, werd voor het eerst opgevoerd in Wenen in 1798. Johannes Kinker (1764-1845) was een groot bewonderaar van Haydns muziek. Niet alleen heeft hij het libretto van Die Schöpfung vertaald, ook heeft hij een cantate voor Haydn, een lofdicht én een uiterst boeiende, lange lofrede op Haydns muziek geschreven. De tekst daarvan vond ik in de gedigitaliseerde Gedichten van Mr. J. Kinker, Tweede Deel, uitgegeven in 1820 bij Johannes van der Hey te Amsterdam (gratis te downloaden). Kinker gaat in zijn lofrede onder meer in op de volmaakte vereniging van dichtkunst en toonkunst, die hij met name in Die Jahreszeiten en Die Schöpfung van Haydn aantreft.
Met Die Schöpfung heeft Kophieps een bijzondere band. In de jaren tachtig heb ik namelijk lange tijd als sopraantje gezongen bij het Amsterdams Gemengd Koor, destijds onder leiding van Willem Wiesehahn ("Sopranen! Ik droom 's nachts van u!"), en de allereerste uitvoering - in het Concertgebouw! - waaraan ik bibberend van zenuwen meedeed was die van Die Schöpfung.
Wie naar een van de concerten van het Orkest van het Oosten wil, kan eventueel sms-en voor een gratis kaartje - zie het promotiefilmpje, waarvoor een bushalte in Enschede werd omgebouwd tot het Paradijs:
Laatste reacties